![]() | ||
![]() | ||
![]() | ||
![]() |
| Bijbelstudies |
| Notities uit boek 'Vliedt uit het Noorderland!' (H.J. Verwoerd): |
| Voorwoord Omdat ik niet meer van mijzelf ben, maar het eigendom van Jezus Christus, moet ik ook te allen tijde Zijn dienaar zijn. Daarom is het juist ook alleen dat we tot dit werk bekwaam zijn, namelijk om profetische geschriften te verklaren. Reeds in 1943 heeft Hij krachtig tot mij gesproken: “Ziet Ik heb u tot een scherpe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft”, Jesaja 41:15. Alles richtte zich in mijn leven er op om grondige kennis van de Schrift te maken. | ||||
Het opstaan van de twee getuigen “En na drie dagen en een halve, is een geest des levens uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden”, Openbaring 11:11. De Gemeente wordt weer in haar eerste stand gesteld, weer volledig op de Schrift georiënteerd. De Gemeente wordt dan weer wat ze eerst was na de Pinkstergeest. Deze ‘geest des levens’ bestaat niet in allerlei geestvervoeringen of allerlei waandenkbeelden die we ons maken, maar zij is een weer geheel op de Schrift gaan staan. | ||||
Het einde van de Gemeentevorm “En zij hoorden een grote stem uit de hemel, kom herwaarts op”, Openbaring 11:12. Om dit vers te kunnen begrijpen, moeten we naar Handelingen 10, waar Petrus een gezicht of visioen zag, namelijk: een groot linnen laken met al de viervoetige dieren der aarde. We weten uit de verdere geschiedenis, dat dit het beeld was van de Christelijke Gemeente die zich zou vormen omdat Israël verstek liet gaan. Zag Petrus dit alles letterlijk gebeuren? Daar lezen we niets van. Het werd hem alles verhaald. Trouwens: wat zou hij moeten zien? Wij moeten ons hier geen al te letterlijke verklaring aan geven. | ||||
Een nieuw Getuigenis “De een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden”, Matthéüs 24:40. Wij moeten bedenken dat hier bij deze nieuwe belijdenis, bij het opstaan der getuigen, de grote scheiding valt, waarover we zoveel lezen in de Schrift. De grote scheiding valt dus niet bij het oordeel, maar al voor die tijd. De scheiding gaat zich nu al voltrekken. Dit is een ernstige boodschap aan ons allen. | ||||
De grote verdrukking We lezen daarvan in Matthéüs 24 en ook in Markus 13. Het is door de Heere Jezus zo genoemd. Velen stellen deze verdrukking in de eindtijd, als naar hun mening de antichrist zal gekomen zijn, maar we lezen in de Schrift dat de antichrist er al lang is. Wij zien de kern van de antichrist in de Rooms-katholieke kerkmacht, zoals we bij de verklaring van de brief aan de gemeente van Thyatire hebben aangetoond. Zo zien we dan ook veelmeer de grote verdrukking als de tijd van Israëls verwerping tot haar wederaanneming toe, en dit dan als één geheel. Het is begonnen met de rampzalige verwoesting van Jeruzalem, waarbij meer dan 1 miljoen Joden zijn omgekomen. Maar deze verdrukking heeft zich door de eeuwen heen voortgezet, altijd maar weer, dan eens minder en dan weer meer, maar de verdrukking over dit volk ging door. | ||||
Het keerpunt in de geschiedenis “Maar in de dagen der stem des zevende engels, wanneer hij bazuinen, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten verkondigd heeft” , Openbaring 10:7. Laten we nu eens voorzichtig de Schrift op de voet volgen. Na de zesde bazuin volgt de zevende. De zesde bazuin liet ons horen dat er eenmaal een oordeel komt door vuur, rook en sulfer, waardoor een derde deel der aarde zal vergaan. Let wel: niet de gehele aarde. Dit moeten we wel vasthouden. Maar dan moeten we wel de mening loslaten, als zou dan toch later nog eens de gehele aarde vergaan. | ||||
De engel met het gouden wierookvat “En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat...”, Openbaring 8:3. God is niet alleen maar toorn, maar Hij is vooral liefde. Ook Gods kinderen maken zich het oordeel dikwijls waardig, zodat zij met de dwaze maagden in het oordeel zouden omkomen. (Let wel: het oordeel van de bazuinen en schalen is een lichamelijk oordeel, wat ook Gods kinderen kan treffen. Dit maakt dit Boek ook zo belangrijk). Niemand kan zeggen: ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein in Zijn ogen. Daarom is er nu deze engel met het gouden wierookvat. Dit leidt ons naar Leviticus 16:12. De ontstane rooknevel moest het verzoendeksel bedekken, zodat Aäron voor het Aangezicht des Heeren niet zou sterven; hij bevond zich in de onmiddellijke nabijheid van God.
| ||||