| Het keerpunt in de geschiedenis | Terug |
“Maar in de dagen der stem des zevende engels, wanneer hij bazuinen, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten verkondigd heeft”, Openbaring 10:7. Laten we nu eens voorzichtig de Schrift op de voet volgen. Na de zesde bazuin volgt de zevende. De zesde bazuin liet ons horen dat er eenmaal een oordeel komt door vuur, rook en sulfer, waardoor een derde deel der aarde zal vergaan. Let wel: niet de gehele aarde. Dit moeten we wel vasthouden. Maar dan moeten we wel de mening loslaten, als zou dan toch later nog eens de gehele aarde vergaan. Dat leest men in 2 Petrus 3:10: “Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbij gaan, en de hemelen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.” Wat Petrus hier beschrijft, is hetzelfde als wat de zesde bazuin ons heeft laten zien. Als Petrus hier bedoeld zou hebben dat de gehele aarde zou vergaan, zou hij met die mening in strijd komen met Genesis 8:21, waar we lezen: “Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.” U moet in dit alles niet vergeten dat de apostelen mannen waren die geloofden in een rijke toekomst voor Israël; een nieuwe hemel en aarde voor Israël, zoals Jesaja ons heeft verkondigd. Ook Petrus beschrijft in hetzelfde verband in vers 7, dat dit vergaan door vuur zal geschieden tegen de dag des oordeels en de verderving der goddeloze mensen. Dit uitroeien van de goddelozen geschiedt dan door hetgeen de zesde bazuin ons heeft bekendgemaakt. Zo leert ook Paulus in 2 Thessalonicensen 1:8: “Met vlammen vuur wraak doende, over degenen die God niet kennen, en over degenen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.” Dit is het keerpunt in de geschiedenis, zoals Jezus heeft gesproken: “Terstond na de verdrukking dier dagen.” Dan zal de verdrukking ophouden, en zal Christus komen in heerlijkheid en Zijn troon gaan beklimmen. (Blz. 234, Vliedt uit het Noorderland!) |