Een nieuw Getuigenis Terug

“De een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden”, Matthéüs 24:40.

Wij moeten bedenken dat hier bij deze nieuwe belijdenis, bij het opstaan der getuigen, de grote scheiding valt, waarover we zoveel lezen in de Schrift. De grote scheiding valt dus niet bij het oordeel, maar al voor die tijd. De scheiding gaat zich nu al voltrekken. Dit is een ernstige boodschap aan ons allen.

Wij hebben bij de verklaring van vers 8 al gewezen op het dode lichaam der Kerk, waar het heen gaat met al datgene wat zich rijp maakt en aan de verharding wordt overgegeven. Al wat niet tot dit nieuwe getuigenis komt, blijft dood. Toen eenmaal de christelijke Gemeente zich gevormd had, was het met Israël in die tijd als Kerk gedaan, dus werd het oordeel voltrokken. Zo was het eigenlijk ook met de Reformatie: alles wat niet mee kon met het nieuwe belijden, moest in de duisternis blijven. Zo is het ook nu, nu er een geest des levens mag wezen, een nieuw getuigenis aangaande Israël en de toekomst. Als dan ook het overblijfsel der Gemeente deze nieuwe belijdenis zal aanvaarden - d.w.z.: op haar voeten zal gaan staan - dan houdt het Gemeente-zijn op en zijn we weer Israël. Dan valt de grote scheiding, zoals wij lezen in Lukas 17:37: “En zij antwoordden en zeiden tot hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het dode lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.” Als we de verzen hiervoor lezen, dan weten we dat ons dan nog voor het vuuroordeel bevinden, wanneer de scheiding zal plaatshebben.

De een zal aangenomen worden, zal blijven bij het oude, tot welke kerk of groep hij ook behoort. Hij kan niet meekomen in de belijdenis van het komende Godsrijk op aarde, het herstel zoals de profeten ons hebben geleerd. Ook Matthéüs 24:28 i.v.m. de verzen 40-42 moeten we hierop betrekken. Dit alles in verband met het komende vuuroordeel, maakt deze zaak wel geheel ernstig. “Waakt dan, want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal.”

(Blz. 257, Vliedt uit het Noorderland!)